Op de wc in mijn studentenhuis hangt een krantenbericht. Het bericht gaat over een onderzoekster die heeft uitgezocht waarom jongeren zo’n moeite hebben met ’s ochtends hun bed uitkomen. Ik weet wel honderd redenen, de meest logische is het moment waarop jongeren naar bed gaan. Of te lang televisie kijken. Te lang achter de computer zitten. Teveel energiedrankjes drinken. En dan nog 94 redenen. Volgens deze onderzoekster was dit allemaal niet het geval. Jongeren blijken allemaal avondmensen te zijn, die door hun hormonen ’s ochtends niet kunnen functioneren. Als je het mij vraagt, is die vrouw knettergek.

Je ontwikkelt een ritme door de momenten te kiezen waarop je naar bed gaat. Natuurlijk is er een verschil tussen avond- en ochtendmensen, maar zelfs avondmensen die vroeg naar bed gaan en vroeg opstaan, kunnen ’s ochtends prima hun werk doen. Sterker nog: het is hartstikke gezond om vroeg naar bed te gaan en al helemaal om vroeg op te staan. Als er iets is waar je moe van wordt, is het langer in bed liggen dan nodig. Als je dan een avondje laat naar bed gaat en toch goed opstaat, zou de onderzoekster uitvinden dat je moe genoeg bent. Ik functioneer het beste als mijn leven een duidelijke structuur heeft. In mijn geval betekent dat vroeg opstaan, niet te laat naar bed en ten minste een uur voordat ik naar bed ga, geen beeldschermen meer. Ik zet mijn computer uit en bereid mezelf voor op een lange nachtrust. Voor wie denkt dat ik een saai leven heb: vergeet het, ik doe er sowieso niet de eerste paar uur van mijn dag over om wakker te worden en werk me een slag in de rondte om de hele wereld over te reizen. Het geheim achter mijn energie? Ik lig om 11 uur in bed.