Mensen schijnen een natuurlijke zwak te hebben voor de underdog. We hebben een soort vanzelfsprekend respect voor mensen die de moeilijkheden die voor ze liggen kunnen overwinnen. Dat vinden we inspirerend en mooi. Het mooiste voorbeeld van een underdog vind ik de triangelspeler. Voor iedereen die weleens een klassiek concert heeft gezien, kan dit haast geen nieuws zijn: de triangelspeler is de geheime held van een orkest. Natuurlijk lijkt dit anders. Natuurlijk lijken de koperblazers stoer en overweldigend. Violisten zijn het symbool voor een klassiek orkest en de paukslagen maken de meeste indruk. Maar bedenk je eens wat er zou gebeuren als de triangelspeler vergeet zijn instrument aan te slaan: zijn noot is de enige die de hele zaal verwacht.

In ons dagelijks leven kunnen we ook op deze manier naar onszelf gaan kijken. We vinden dat iedereen om ons heen dingen doet die zoveel mooier zijn, zoveel meer indruk maken of dat we zelf niets belangrijks toevoegen. We vergeten dan te bedenken dat we ook meespelen in de muziek van anderen. We vergeten dat indruk maken niet het belangrijkste is van een orkest. Stoer en overweldigend maakt geen mooie harmonie en als je vooraan staat, kun je heel slecht het overzicht bewaren. Zelfs wanneer wat we doen zo onbeduidend lijkt, kan het voor anderen die vrolijke, twinkelende noot zijn waar we allemaal op zaten te wachten. Harmonie is het gevolg van een samenspel waarin verschillende eigenschappen elkaar aanvullen. Het maakt niet uit wat je speelt, het maakt uit dat je meespeelt.