Er is iets raars aan de hand in Nederland. Dat vind ik althans. Mensen beginnen het steeds normaler te vinden om telefoongesprekken te voeren met iemand die naast ze staat of zit. Dat is niet raar, want ook op Twitter en Facebook strooien we met alle plezier informatie over onszelf rond. We zijn immers heel belangrijk. Onze telefoongesprekken zijn interessant, wat we doen is toffer dan wat anderen doen en, misschien nog veel belangrijker, mensen willen alles van ons weten. Dan is het helemaal niet raar om mobieltjes te gebruiken waar anderen bij zijn. Wie zou er nou niet mee willen luisteren met iemand die zo’n spannend leven heeft als jij?

Zo kijk ik altijd in de trein als mensen naast me saaie gesprekken voeren.

Tegelijkertijd zijn er heel erg veel mensen die hier misbruik van maken. Mijn telefoongesprekken zijn weliswaar interessant en onderhoudend, maar anderen hebben niet die delicate wijsheid die ik in mijn zinnen verspreid. Waar alles wat ik zeg een toevoeging is voor eenieder die mee mag genieten, kunnen andere mensen praten over onzinnige dingen. Daar moet het mee afgelopen zijn. Ik vind bellen in een treincoupé bijzonder storend (ja, zelfs als ik niet in een stiltecoupé zit). Afgelopen week kwam ik echter iemand tegen die wel een heel laag kookpunt had. In de rij van een supermarktkassa was de jongedame voor mij een telefoongesprek aan het voeren. De man voor haar, die aan het afrekenen was, draaide zich om en schreeuwde in de telefoon: ‘Kun je alsjeblieft ergens anders gaan tetteren?’ Daarna pakte hij zijn boodschappen en liep de winkel uit. Asociaal gedrag kan erg vervelend zijn, maar om daar nou zo op te reageren terwijl je drie seconden later nergens last van hebt?