Soms mis ik het simpele leven van vroeger. Dat je door de buurt kon lopen, een voetbal onder je arm en dan maar langs de deuren gaan om te zien wie er mee ging voetballen. Het grootste probleem op zo’n zonnige middag (in mijn hoofd waren die middagen altijd zonnig, terwijl het toch regelmatig moet hebben geregend) was de sloot die langs het veldje liep. Als ik op een gegeven moment, en dat moment kwam altijd, uit ontzettend enthousiasme de bal iets te hard trapte, landde die altijd midden in de sloot.

Op zich hoeft zo’n sloot geen probleem te zijn. Als je beheerst schiet, valt de bal vlakbij de kant. Je pakt een grote stok en probeert de bal naar de kant te krijgen. Voor mijn enthousiaste wilde trappen waren alle stokken te kort. Op zulke momenten was er maar één oplossing: in het gras wachten tot de wind de bal dichterbij bracht. Ook nu creëer ik weleens problemen omdat ik teveel ineens wil. Heel veel in het leven is op te lossen door direct actie te ondernemen, maar er zijn momenten dat ik net als vroeger even in het gras moet gaan zitten en wachten op een beter moment.